Moeheid en verdriet om de vijanden
7
Ik ben moede van mijn zuchten; ik doe mijn bed den gansen nacht zwemmen; ik doornat mijn bedstede met mijn tranen.
8
Mijn oog is doorknaagd van verdriet, is veroud, vanwege al mijn tegenpartijders.
Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein