Skip to content
Psalmen 59:8-9

Psalmen 59:8-9

8
Zie, zij storten overvloediglijk uit met hun mond; zwaarden zijn op hun lippen; want wie hoort het?
9
Maar Gij, HEERE! zult hen belachen; Gij zult alle heidenen bespotten.

Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein