Skip to content
Psalmen 59:7-11

Het gewelddadige gedrag van de goddelozen

Psalmen 59:7-11
7
Tegen den avond keren zij weder, zij tieren als een hond, en zij gaan rondom de stad.
8
Zie, zij storten overvloediglijk uit met hun mond; zwaarden zijn op hun lippen; want wie hoort het?
9
Maar Gij, HEERE! zult hen belachen; Gij zult alle heidenen bespotten.
10
Tegen zijn sterkte zal ik op U wachten; want God is mijn Hoog Vertrek.
11
De God mijner goedertierenheid zal mij voorkomen; God zal mij op mijn verspieders doen zien.

Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein