Gods heiligheid en haat tegen het kwaad
5
Want Gij zijt geen God, Die lust heeft aan goddeloosheid; de boze zal bij U niet verkeren.
6
De onzinnigen zullen voor Uw ogen niet bestaan; Gij haat alle werkers der ongerechtigheid.
7
Gij zult de leugensprekers verdoen; van den man des bloeds en des bedrogs heeft de HEERE een gruwel.
Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein