Psalmen 49:8-10
8
Niemand van hen zal zijn broeder immermeer kunnen verlossen; hij zal Gode zijn rantsoen niet kunnen geven;
9
(Want de verlossing hunner ziel is te kostelijk, en zal in eeuwigheid ophouden);
10
Dat hij ook voortaan geduriglijk zou leven, en de verderving niet zien.
Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein