Skip to content
Psalmen 22:17-22

Psalmen 22:17-22

17
Want honden hebben mij omsingeld; een vergadering van boosdoeners heeft mij omgeven; zij hebben mijn handen en mijn voeten doorgraven.
18
Al mijn beenderen zou ik kunnen tellen; zij schouwen het aan, zij zien op mij.
19
Zij delen mijn klederen onder zich, en werpen het lot over mijn gewaad.
20
Maar Gij, HEERE! wees niet verre; mijn Sterkte! haast U tot mijn hulp.
21
Red mijn ziel van het zwaard, mijn eenzame van het geweld des honds.
22
Verlos mij uit des leeuwen muil; en verhoor mij van de hoornen der eenhoornen.

Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein