Psalmen 18:8-12
8
Toen daverde en beefde de aarde, en de gronden der bergen beroerden zich en daverden, omdat Hij ontstoken was.
9
Rook ging op van Zijn neus, en een vuur uit Zijn mond verteerde; kolen werden daarvan aangestoken.
10
En Hij boog den hemel, en daalde neder, en donkerheid was onder Zijn voeten.
11
En Hij voer op een cherub, en vloog; ja, Hij vloog snellijk op de vleugelen des winds.
12
Duisternis zette Hij tot Zijn verberging; rondom Hem was Zijn tent, duisterheid der wateren, wolken des hemels.
Settings