Psalmen 17:4-8
4
Aangaande de handelingen des mensen, ik heb mij, naar het woord Uwer lippen, gewacht voor de paden des inbrekers;
5
Houdende mijn gangen in Uw sporen, opdat mijn voetstappen niet zouden wankelen.
6
Ik roep U aan, omdat Gij mij verhoort; o God! neig Uw oor tot mij; hoor mijn rede.
7
Maak Uw weldadigheden wonderbaar, Gij, Die verlost degenen, die op U betrouwen, van degenen, die tegen Uw rechterhand opstaan!
8
Bewaar mij als het zwart des oogappels, verberg mij onder de schaduw Uwer vleugelen,
Settings