Psalmen 129:3-6
3
Ploegers hebben op mijn rug geploegd; zij hebben hun voren lang getogen.
4
De HEERE, Die rechtvaardig is, heeft de touwen der goddelozen afgehouwen.
5
Laat hen beschaamd en achterwaarts gedreven worden, allen, die Sion haten.
6
Laat hen worden als gras op de daken, hetwelk verdort, eer men het uittrekt;
Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein