1
Een lied op Hammaaloth. Ik hef mijn ogen op tot U, Die in de hemelen zit.
2
Zie, gelijk de ogen der knechten zijn op de hand hunner heren; gelijk de ogen der dienstmaagd zijn op de hand harer vrouw; alzo zijn onze ogen op den HEERE, onze God, totdat Hij ons genadig zij.