6
Bidt om den vrede van Jeruzalem; wel moeten zij varen, die u beminnen.
7
Vrede zij in uw vesting, welvaren in uw paleizen.
8
Om mijner broederen en mijner vrienden wil, zal ik nu spreken, vrede zij in u!
9
Om des huizes des HEEREN, onzes Gods wil, zal ik het goede voor u zoeken.