Skip to content
Psalmen 119:3-14

Psalmen 119:3-14

3
Ook geen onrecht werken, maar wandelen in Zijn wegen.
4
HEERE! Gij hebt geboden, dat men Uw bevelen zeer bewaren zal.
5
Och, dat mijn wegen gericht werden, om Uw inzettingen te bewaren!
6
Dan zou ik niet beschaamd worden, wanneer ik merken zou op al Uw geboden.
7
Ik zal U loven in oprechtheid des harten, als ik de rechten Uwer gerechtigheid geleerd zal hebben.
8
Ik zal Uw inzettingen bewaren; verlaat mij niet al te zeer.
9
Beth. Waarmede zal de jongeling zijn pad zuiver houden? Als hij dat houdt naar Uw woord.
10
Ik zoek U met mijn gehele hart, laat mij van Uw geboden niet afdwalen.
11
Ik heb Uw rede in mijn hart verborgen, opdat ik tegen U niet zondigen zou.
12
HEERE! Gij zijt gezegend; leer mij Uw inzettingen.
13
Ik heb met mijn lippen verteld al de rechten Uws monds.
14
Ik ben vrolijker in den weg Uwer getuigenissen, dan over allen rijkdom.

Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein