Skip to content
Psalmen 119:115-125

Psalmen 119:115-125

115
Wijkt van mij, gij boosdoeners! dat ik de geboden mijns Gods moge bewaren.
116
Ondersteun mij naar Uw toezegging, opdat ik leve; en laat mij niet beschaamd worden over mijn hope.
117
Ondersteun mij, zo zal ik behouden zijn; dan zal ik mij steeds in Uw inzettingen vermaken.
118
Gij vertreedt al degenen, die van Uw inzettingen afdwalen, want hun bedrog is leugen.
119
Gij doet alle goddelozen der aarde weg als schuim, daarom heb ik Uw getuigenissen lief.
120
Het haar mijns vleses is te berge gerezen van verschrikking voor U, en ik heb gevreesd voor Uw oordelen.
121
Ain. Ik heb recht en gerechtigheid gedaan; geef mij niet over aan mijn onderdrukkers.
122
Wees borg voor Uw knecht ten goede; laat de hovaardigen mij niet onderdrukken.
123
Mijn ogen zijn bezweken van verlangen naar Uw heil, en naar de toezegging Uwer rechtvaardigheid.
124
Doe bij Uw knecht naar Uw goedertierenheid, en leer mij Uw inzettingen.
125
Ik ben Uw knecht, maak mij verstandig, en ik zal Uw getuigenissen kennen.

Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein