Psalmen 105:5-13
5
Gedenkt Zijner wonderen, die Hij gedaan heeft, Zijner wondertekenen, en der oordelen Zijns monds.
6
Gij zaad van Abraham, Zijn knecht, gij kinderen van Jakob, Zijn uitverkorene!
7
Hij is de HEERE, onze God; Zijn oordelen zijn over de gehele aarde.
8
Hij gedenkt Zijns verbonds tot in der eeuwigheid, des woords, dat Hij ingesteld heeft, tot in duizend geslachten;
9
Des verbonds, dat Hij met Abraham heeft gemaakt, en Zijns eeds aan Izak;
10
Welken Hij ook gesteld heeft aan Jakob tot een inzetting, aan Israel tot een eeuwig verbond,
11
Zeggende: Ik zal u geven het land Kanaan, het snoer van ulieder erfdeel.
12
Als zij weinig mensen in getal waren, ja, weinig en vreemdelingen daarin;
13
En wandelden van volk tot volk, van het ene koninkrijk tot het andere volk;
Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein