Skip to content
Spreuken 7:6-18

Spreuken 7:6-18

6
Want door het venster van mijn huis, door mijn tralie keek ik uit;
7
En ik zag onder de slechten; ik merkte onder de jonge gezellen een verstandelozen jongeling;
8
Voorbijgaande op de straat, nevens haar hoek, en hij trad op den weg van haar huis.
9
In de schemering, in den avond des daags, in den zwarten nacht en de donkerheid;
10
En ziet, een vrouw ontmoette hem in hoerenversiersel, en met het hart op haar hoede;
11
Deze was woelachtig en wederstrevig, haar voeten bleven in haar huis niet;
12
Nu buiten, dan op de straten zijnde, en bij alle hoeken loerende;
13
En zij greep hem aan, en kuste hem; zij sterkte haar aangezicht, en zeide tot hem:
14
Dankoffers zijn bij mij, ik heb heden mijn geloften betaald;
15
Daarom ben ik uitgegaan u tegemoet, om uw aangezicht naarstiglijk te zoeken, en ik heb u gevonden.
16
Ik heb mijn bedstede met tapijtsieraad toegemaakt, met uitgehouwen werken, met fijn linnen van Egypte;
17
Ik heb mijn leger met mirre, aloe en kaneel welriekende gemaakt;
18
Kom, laat ons dronken worden van minnen tot den morgen toe; laat ons ons vrolijk maken in grote liefde.
Settings

Reading style

Typeface

Font size 19px

Reading width 75 chars

Options