Skip to content
Spreuken 7:1-8

Spreuken 7:1-8

1
Mijn zoon, bewaar mijn redenen, en leg mijn geboden bij u weg.
2
Bewaar mijn geboden, en leef, en mijn wet als den appel uwer ogen.
3
Bind ze aan uw vingeren, schrijf ze op de tafels uws harten.
4
Zeg tot de wijsheid: Gij zijt mijn zuster; en heet het verstand uw bloedvriend;
5
Opdat zij u bewaren voor een vreemde vrouw, voor de onbekende, die met haar redenen vleit.
6
Want door het venster van mijn huis, door mijn tralie keek ik uit;
7
En ik zag onder de slechten; ik merkte onder de jonge gezellen een verstandelozen jongeling;
8
Voorbijgaande op de straat, nevens haar hoek, en hij trad op den weg van haar huis.

Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein

Settings

Reading style

Typeface

Font size 19px

Reading width 75 chars

Options