Skip to content
Spreuken 6:1-2

Spreuken 6:1-2

1
Mijn zoon! zo gij voor uw naaste borg geworden zijt, voor een vreemde uw hand toegeklapt hebt;
2
Gij zijt verstrikt met de redenen uws monds; gij zijt gevangen met de redenen uws monds.

Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein