Spreuken 31:2-9
2
Wat, o mijn zoon, en wat, o zoon mijns buiks? ja, wat, o zoon mijner geloften?
3
Geeft aan de vrouwen uw vermogen niet, noch uw wegen, om koningen te verdelgen.
4
Het komt den koningen niet toe, o Lemuel! het komt den koningen niet toe wijn te drinken, en den prinsen, sterken drank te begeren;
5
Opdat hij niet drinke, en het gezette vergete, en de rechtzaak van alle verdrukten verandere.
6
Geeft sterken drank dengene, die verloren gaat, en wijn dengenen, die bitterlijk bedroefd van ziel zijn;
7
Dat hij drinke, en zijn armoede vergete, en zijner moeite niet meer gedenke.
8
Open uw mond voor den stomme, voor de rechtzaak van allen, die omkomen zouden.
9
Open uw mond; oordeel gerechtelijk, en doe den verdrukte en nooddruftige recht.
Settings