Spreuken 3:1-12
1
Mijn zoon! vergeet mijn wet niet, maar uw hart beware mijn geboden.
2
Want langheid van dagen, en jaren van leven, en vrede zullen zij u vermeerderen.
3
Dat de goedertierenheid en de trouw u niet verlaten; bind ze aan uw hals, schrijf zij op de tafel uws harten.
4
En vind gunst en goed verstand, in de ogen Gods en der mensen.
5
Vertrouw op den HEERE met uw ganse hart, en steun op uw verstand niet.
6
Ken Hem in al uw wegen, en Hij zal uw paden recht maken.
7
Zijt niet wijs in uw ogen; vrees den HEERE, en wijk van het kwade.
8
Het zal een medicijn voor uw navel zijn, en een bevochtiging voor uw beenderen.
9
Vereer den HEERE van uw goed, en van de eerstelingen al uwer inkomsten;
10
Zo zullen uw schuren met overvloed vervuld worden, en uw perskuipen van most overlopen.
11
Mijn zoon! verwerp de tucht des HEEREN niet, en wees niet verdrietig over Zijn kastijding;
12
Want de HEERE kastijdt dengene, dien Hij liefheeft, ja, gelijk een vader den zoon, in denwelken hij een welbehagen heeft.
Settings