20
Opdat gij wandelt op den weg der goeden, en houdt de paden der rechtvaardigen.
21
Want de vromen zullen de aarde bewonen, en de oprechten zullen daarin overblijven;
22
Maar de goddelozen zullen van de aarde uitgeroeid worden, en de trouwelozen zullen er van uitgerukt worden.