Spreuken 19:10-15
10
De weelde staat een zot niet wel; hoeveel te min een knecht te heersen over vorsten!
11
Het verstand des mensen vertrekt zijn toorn; en zijn sieraad is de overtreding voorbij te gaan.
12
Des konings gramschap is als het brullen eens jongen leeuws; maar zijn welgevallen is als dauw op het kruid.
13
Een zotte zoon is zijn vader grote ellende; en de kijvingen ener vrouw als een gestadig druipen.
14
Huis en goed is een erve van de vaderen; maar een verstandige vrouw is van den HEERE.
15
Luiheid doet in diepen slaap vallen; en een bedriegelijke ziel zal hongeren.
Settings