Mattheüs 26:72-75
72
En hij loochende het wederom met een eed, zeggende: Ik ken den Mens niet.
73
En een weinig daarna, die er stonden, bijkomende, zeiden tot Petrus: Waarlijk, gij zijt ook van die, want ook uw spraak maakt u openbaar.
74
Toen begon hij zich te vervloeken, en te zweren: Ik ken den Mens niet.
75
En terstond kraaide de haan; en Petrus werd indachtig het woord van Jezus, Die tot hem gezegd had: Eer de haan gekraaid zal hebben, zult gij Mij driemaal verloochenen. En naar buiten gaande, weende hij bitterlijk.
Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein