Mattheüs 26:6-9
6
Als nu Jezus te Bethanie was, ten huize van Simon, de melaatse,
7
Kwam tot Hem een vrouw, hebbende een albasten fles met zeer kostelijke zalf, en goot ze uit op Zijn hoofd, daar Hij aan tafel zat.
8
En Zijn discipelen, dat ziende, namen het zeer kwalijk, zeggende: Waartoe dit verlies?
9
Want deze zalf had kunnen duur verkocht, en de penningen den armen gegeven worden.
Settings