Mattheüs 12:49-50
49
En Zijn hand uitstrekkende over Zijn discipelen, zeide Hij: Ziet, Mijn moeder en Mijn broeders.
50
Want zo wie den wil Mijns Vaders doet Die in de hemelen is, dezelve is Mijn broeder, en zuster, en moeder.
Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein