Markus 1:30-31
30
En Simons vrouws moeder lag met de koorts; en terstond zeiden zij Hem van haar.
31
En Hij, tot haar gaande, vatte haar hand, en richtte haar op; en terstond verliet haar de koorts, en zij diende henlieden.
Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein