Leviticus 11:13-16
13
En van het gevogelte zult gij deze verfoeien, zij zullen niet gegeten worden, zij zullen een verfoeisel zijn: de arend, en de havik, en de zeearend,
14
En de gier, en de kraai, naar haar aard;
15
Elke rave naar haar aard;
16
En de struis, en de nachtuil, en de koekoek, en de sperwer naar zijn aard;
Settings