Skip to content
Job 7:11-16

Job 7:11-16

11
Zo zal ik ook mijn mond niet wederhouden, ik zal spreken in benauwdheid mijns geestes; ik zal klagen in bitterheid mijner ziel.
12
Ben ik dan een zee, of walvis, dat Gij om mij wachten zet?
13
Wanneer ik zeg: Mijn bedstede zal mij vertroosten, mijn leger zal van mijn klacht wat wegnemen;
14
Dan ontzet Gij mij met dromen, en door gezichten verschrikt Gij mij;
15
Zodat mijn ziel de verworging kiest; den dood meer dan mijn beenderen.
16
Ik versmaad ze, ik zal toch in der eeuwigheid niet leven; houd op van mij, want mijn dagen zijn ijdelheid.
Settings

Reading Style

Typeface

Font Size 19px

Options