Job 6:15-18
15
Mijn broeders hebben trouwelooslijk gehandeld als een beek; als de storting der beken gaan zij door;
16
Die verdonkerd zijn van het ijs, en in dewelke de sneeuw zich verbergt.
17
Ten tijde, als zij van hitte vervlieten, worden zij uitgedelgd; als zij warm worden, verdwijnen zij uit haar plaats.
18
De gangen haars wegs wenden zich ter zijde af; zij lopen op in het woeste, en vergaan.
Settings