Job 39:30-33
30
Is het naar uw bevel, dat de arend zich omhoog verheft, en dat hij zijn nest in de hoogte maakt?
31
Hij woont en vernacht in de steenrots, op de scherpte der steenrots en der vaste plaats.
32
Van daar speurt hij de spijze op; zijn ogen zien van verre af.
33
Ook zuipen zijn jongen bloed; en waar verslagenen zijn, daar is hij.
Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein