Skip to content
Job 37:6-9

Job 37:6-9

6
Want Hij zegt tot de sneeuw: Wees op de aarde; en tot den plasregens des regens; dan is er de plasregen Zijner sterke regenen.
7
Dan zegelt Hij de hand van ieder mens toe, opdat Hij kenne al de lieden Zijns werks.
8
En het gedierte gaat in de loerplaatsen, en blijft in zijn holen.
9
Uit de binnenkamer komt de wervelwind, en van de verstrooiende winden de koude.
Settings

Reading style

Typeface

Font size 19px

Reading width 75 chars

Options