Skip to content
Job 30:9-10

Job 30:9-10

9
Maar nu ben ik hun een snarenspel geworden, en ik ben hun tot een klapwoord.
10
Zij hebben een gruwel aan mij, zij maken zich verre van mij, ja, zij onthouden het speeksel niet van mijn aangezicht.

Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein