Skip to content
Job 24:5-9

Job 24:5-9

5
Ziet, zij zijn woudezels in de woestijn; zij gaan uit tot hun werk, makende zich vroeg op ten roof; het vlakke veld is hem tot spijs, en den jongeren.
6
Op het veld maaien zij zijn voeder, en den wijnberg des goddelozen lezen zij af.
7
Den naakten laten zij vernachten zonder kleding, die geen deksel heeft tegen de koude.
8
Van den stroom der bergen worden zij nat, en zonder toevlucht zijnde, omhelzen zij de steenrotsen.
9
Zij rukken het weesje van de borst, en dat over den arme is, nemen zij te pand.

Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein