Job 19:14-16
14
Mijn nabestaanden houden op, en mijn bekenden vergeten mij.
15
Mijn huisgenoten en mijn dienstmaagden achten mij voor een vreemde; een uitlander ben ik in hun ogen.
16
Ik riep mijn knecht, en hij antwoordde niet; ik smeekte met mijn mond tot hem.
Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein