Skip to content
Job 19:13-17

Job 19:13-17

13
Mijn broeders heeft Hij verre van mij gedaan; en die mij kennen, zekerlijk, zij zijn van mij vervreemd.
14
Mijn nabestaanden houden op, en mijn bekenden vergeten mij.
15
Mijn huisgenoten en mijn dienstmaagden achten mij voor een vreemde; een uitlander ben ik in hun ogen.
16
Ik riep mijn knecht, en hij antwoordde niet; ik smeekte met mijn mond tot hem.
17
Mijn adem is mijn huisvrouw vreemd; en ik smeek om der kinderen mijns buiks wil.
Settings

Reading Style

Typeface

Font Size 19px

Options