Skip to content
Job 17:3-4

Job 17:3-4

3
Zet toch bij, stel mij een borg bij U; wie zal hij zijn? Dat in mijn hand geklapt worde.
4
Want hun hart hebt Gij van kloek verstand verborgen; daarom zult Gij hen niet verhogen.

Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein