Job 17:1-5
1
Mijn geest is verdorven, mijn dagen worden uitgeblust, de graven zijn voor mij.
2
Zijn niet bespotters bij mij, en overnacht niet mijn oog in hunlieder verbittering?
3
Zet toch bij, stel mij een borg bij U; wie zal hij zijn? Dat in mijn hand geklapt worde.
4
Want hun hart hebt Gij van kloek verstand verborgen; daarom zult Gij hen niet verhogen.
5
Die met vleiing den vrienden wat aanzegt, ook zijner kinderen ogen zullen versmachten.
Settings