Skip to content
Job 17:10-16

Verloren hoop en de zekerheid van het graf

Job 17:10-16
10
Maar toch gij allen, keert weder, en komt nu; want ik vind onder u geen wijze.
11
Mijn dagen zijn voorbijgegaan; uitgerukt zijn mijn gedachten, de bezittingen mijns harten.
12
Den nacht verstellen zij in den dag; het licht is nabij den ondergang vanwege de duisternis.
13
Zo ik wacht, het graf zal mijn huis wezen; in de duisternis zal ik mijn bed spreiden.
14
Tot de groeve roep ik: Gij zijt mijn vader! Tot het gewormte: Mijn moeder, en mijn zuster!
15
Waar zou dan nu mijn verwachting wezen? Ja, mijn verwachting, wie zal ze aanschouwen?
16
Zij zullen ondervaren met de handbomen des grafs, als er rust te zamen in het stof wezen zal.

Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein