Skip to content
Genesis 43:8-10

Genesis 43:8-10

8
Toen zeide Juda tot Israel, zijn vader: Zend den jongeling met mij, zo zullen wij ons opmaken en reizen, opdat wij leven en niet sterven, noch wij, noch gij, noch onze kinderkens.
9
Ik zal borg voor hem zijn; van mijn hand zult gij hem eisen; indien ik hem tot u niet breng en hem voor uw aangezicht stel, zo zal ik alle dagen tegen u gezondigd hebben!
10
Want hadden wij niet gezuimd, voorwaar, wij waren alreeds tweemaal wedergekomen.
Settings

Reading Style

Typeface

Font Size 19px

Options