Skip to content
Genesis 32:29-30

Genesis 32:29-30

29
En Jakob vraagde, en zeide: Geef toch Uw naam te kennen. En Hij zeide: Waarom is het, dat gij naar Mijn naam vraagt? En Hij zegende hem aldaar.
30
En Jakob noemde den naam dier plaats Pniel: Want, zeide hij, ik heb God gezien van aangezicht tot aangezicht, en mijn ziel is gered geweest.

Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein