Skip to content
Genesis 29:3-4

Genesis 29:3-4

3
En derwaarts werden al de kudden verzameld, en zij wentelden den steen van den mond des puts, en drenkten de schapen, en legden den steen weder op den mond van dien put, op zijn plaats.
4
Toen zeide Jakob tot hen: Mijn broeders! van waar zijt gij? En zij zeiden: Wij zijn van Haran.
Settings

Reading style

Typeface

Font size 19px

Reading width 75 chars

Options