Skip to content
Genesis 27:26-29

Genesis 27:26-29

26
En zijn vader Izak zeide tot hem: Kom toch bij, en kus mij, mijn zoon!
27
En hij kwam bij, en hij kuste hem; toen rook hij de reuk zijner klederen, en zegende hem; en hij zeide: Zie, de reuk mijns zoons is als de reuk des velds, hetwelk de HEERE gezegend heeft.
28
Zo geve u dan God van de dauw des hemels, en de vettigheid der aarde, en menigte van tarwe en most.
29
Volken zullen u dienen, en natien zullen zich voor u nederbuigen; wees heer over uw broederen, en de zonen uwer moeder zullen zich voor u nederbuigen! Vervloekt moet hij zijn, wie u vervloekt; en wie u zegent, zij gezegend!

Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein