Skip to content
Genesis 26:30-31

Genesis 26:30-31

30
Toen maakte hij hun een maaltijd, en zij aten en dronken.
31
En zij stonden des morgens vroeg op, en zwoeren de een den ander; daarna liet Izak hen gaan, en zij togen van hem in vrede.

Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein