Skip to content
Genesis 24:31-32

Genesis 24:31-32

31
En hij zeide: Kom in, gij, gezegende des HEEREN! waarom zoudt gij buiten staan? want ik heb het huis bereid, en de plaats voor de kemelen.
32
Toen kwam die man naar het huis toe, en men ontgordde de kemelen, en men gaf den kemelen stro en voeder; en water om zijn voeten te wassen, en de voeten der mannen, die bij hem waren.

Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein