Genesis 21:11-13
11
En dit woord was zeer kwaad in Abrahams ogen, ter oorzake van zijn zoon.
12
Maar God zeide tot Abraham: Laat het niet kwaad zijn in uw ogen, over den jongen, en over uw dienstmaagd; al wat Sara tot u zal zeggen, hoor naar haar stem; want in Izak zal uw zaad genoemd worden.
13
Doch Ik zal ook den zoon dezer dienstmaagd tot een volk stellen, omdat hij uw zaad is.
Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein
Settings