Wetten betreffende leningen en gehuurde zaken
14
En wanneer iemand van zijn naaste wat begeert, en het wordt beschadigd, of het sterft; zijn heer daar niet bij zijnde, zal hij het volkomen wedergeven.
15
Indien zijn heer daarbij geweest is, hij zal het niet wedergeven; indien het gehuurd is, zo is het voor zijn huur gekomen.
Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein