Skip to content
Deuteronomium 32:8-10

Deuteronomium 32:8-10

8
Toen de Allerhoogste aan de volken de erfenis uitdeelde, toen Hij Adams kinderen vaneen scheidde, heeft Hij de landpalen der volken gesteld naar het getal der kinderen Israels.
9
Want des HEEREN deel is Zijn volk, Jakob is het snoer Zijner erve.
10
Hij vond hem in een land der woestijn, en in een woeste huilende wildernis; Hij voerde hem rondom, Hij onderwees hem, Hij bewaarde hem als Zijn oogappel.
Settings

Reading style

Typeface

Font size 19px

Reading width 75 chars

Options