Naar de inhoud
Deuteronomium 32:7-10

Deuteronomium 32:7-10

7
Gedenk aan de dagen van ouds; merk op de jaren van elk geslacht; vraag uw vader, die zal het u bekend maken, uw ouden, en zij zullen het u zeggen.
8
Toen de Allerhoogste aan de volken de erfenis uitdeelde, toen Hij Adams kinderen vaneen scheidde, heeft Hij de landpalen der volken gesteld naar het getal der kinderen Israels.
9
Want des HEEREN deel is Zijn volk, Jakob is het snoer Zijner erve.
10
Hij vond hem in een land der woestijn, en in een woeste huilende wildernis; Hij voerde hem rondom, Hij onderwees hem, Hij bewaarde hem als Zijn oogappel.
Settings

Reading Style

Typeface

Font Size 19px

Options