Deuteronomium 32:34-35
34
Is dat niet bij Mij opgesloten, verzegeld in Mijn schatten?
35
Mijn is de wraak en de vergelding, ten tijde als hunlieder voet zal wankelen; want de dag huns ondergangs is nabij, en de dingen, die hun zullen gebeuren, haasten.
Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein