Deuteronomium 32:11-12
11
Gelijk een arend zijn nest opwekt, over zijn jongen zweeft, zijn vleugelen uitbreidt, ze neemt en ze draagt op zijn vlerken;
12
Zo leidde hem de HEERE alleen, en er was geen vreemd god met hem.
Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein