Skip to content
Deuteronomium 2:34-35

Deuteronomium 2:34-35

34
En wij namen te dier tijd al zijn steden in, en wij verbanden alle steden, mannen, en vrouwen, en kinderkens; wij lieten niemand overblijven.
35
Het vee alleen roofden wij voor ons, en den roof der steden, die wij innamen.

Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein